Een bank heeft een bijzondere positie. Zonder een bankrekening kunt u nauwelijks deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, en voor een onderneming is het betalingsverkeer bedrijfskritisch. Daarom rust op banken een zorgplicht en geldt hun maatschappelijke functie. Een opzegging moet berusten op een deugdelijke, kenbare grond en moet proportioneel zijn: het belang van de bank moet opwegen tegen de gevolgen voor u.
In de praktijk zeggen banken relaties vaak op in het kader van de Wwft of bij een vermoeden van fraude of witwassen. Dat noemen we ook wel de-risking: hele groepen klanten worden uitgesloten om risico te vermijden. Een enkel, niet onderbouwd vermoeden is daarbij juist aanvechtbaar. De bank moet concreet maken waarop zij zich baseert, en een abrupte opzegging zonder afbouwregeling of alternatief staat zwak.
Financiele instellingen houden waarschuwingsregisters bij om fraude te bestrijden. Het IVR is het interne verwijzingsregister van de instelling zelf. Het EVR is het externe verwijzingsregister dat ook andere aangesloten instellingen kunnen raadplegen. Een EVR-registratie is ingrijpend: zij kan u jarenlang uitsluiten van een rekening, een hypotheek of zelfs een baan in de financiele sector.
Voor een EVR-registratie geldt een zware maatstaf. Er moet een gerechtvaardigde verdenking zijn die een strafrechtelijke veroordeling zou kunnen dragen, de registratie moet proportioneel en subsidiair zijn, en zij mag niet langer duren dan nodig, in beginsel maximaal acht jaar. Ontbreekt een veroordeling of hard bewijs, of is de duur niet gemotiveerd, dan is de registratie kwetsbaar.
Bij een opzegging vraagt u de bank schriftelijk om de gronden, dient u een klacht in en verzamelt u alle correspondentie. Levert dat niets op, dan kunt u de zaak voorleggen aan het Kifid als u particulier of kleinzakelijk bent, of bij spoed een kort geding starten om de toegang tot betalingsverkeer te herstellen. Bij een registratie dient u een gemotiveerd verwijderverzoek in, met een beroep op proportionaliteit, subsidiariteit en uw rechten onder de AVG. Ook hier zijn het Kifid en een kort geding tot verwijdering mogelijke routes.
Kies uw situatie. U beantwoordt daarna enkele vragen en krijgt een eerste inschatting met de mogelijke vervolgstappen.
Nee. Door haar maatschappelijke functie en zorgplicht mag een bank een relatie niet zonder deugdelijke grond beeindigen. De opzegging moet proportioneel zijn en een redelijke termijn kennen. Zeker als u nergens anders terecht kunt, staat een opzegging onder druk.
Het IVR is het interne register van de instelling zelf. Het EVR is het externe register dat ook andere aangesloten instellingen kunnen raadplegen. Een EVR-registratie heeft daardoor zwaardere gevolgen en kent een hogere drempel.
U dient een gemotiveerd verwijderverzoek in bij de instelling, met een beroep op proportionaliteit en subsidiariteit en op uw rechten onder de AVG. Werkt de instelling niet mee, dan is een kort geding tot verwijdering of een klacht bij het Kifid mogelijk.
De registratie moet passend zijn bij de ernst van het feit en niet langer duren dan nodig, in beginsel maximaal acht jaar. Een te lange of niet gemotiveerde duur is aanvechtbaar.
Vraag de bank schriftelijk om de concrete gronden, dien een klacht in en verzamel alle correspondentie. Bij spoed kan een kort geding de toegang tot betalingsverkeer herstellen.
Heeft u te maken met een opzegging of een registratie waartegen u wilt opkomen, met een intern bezwaar of klacht, via het Kifid of met een kort geding? Bel of mail ons met uw situatie, dan beoordelen wij of wij u kunnen bijstaan.
Bel 030 7551 590 Mail ons